
Een eerste kennismaking met de Ruïne Kerk van Ammerzoden is
verrassend.
Tussen het koor en de toren zijn de resten van een
voormalig schip met zijbeuken en transept nog zodanig aanwezig dat
de ruimtelijke gestalte hiervan zich op een bijzondere wijze manifesteert.
In combinatie met de nog veel aanwezige bouwsporen, het
authentieke karakter en de karakteristieke begroeiing, is
hier een sfeer geschapen die het unieke van deze plek
onderstreept. De ruimte binnen de oude muren van de
ruïne is via een zij-ingang te bereiken, waarbij je een
schitterende sfeervolle ruimte binnentreedt die beheerst
wordt door
twee grote essen (zaailingen) en een ca. 100-
jarige oude taxus. Via dezelfde zij-ingang is ook het koor
te bereiken dat zich onderscheidt van de ruïne door zijn directe gebruik als kerkzaal
van de Hervormde Gemeente Well-Ammerzoden. Ook de toren die eigendom is van
de burgerlijke gemeente kan men via de zij-ingang van de ruïne bereiken.
Ligging

De Ruïne Kerk ligt vrij op een grasveld omgeven door
hoog
geboomte en afgesloten door een ijzeren hek. Zij is
georiënteerd met een afwijking in het schip van 19 graden
en in het koor van 17 graden naar het zuiden. Door zijn
hoge ligging was bij overstromingen de Ruïne Kerk altijd
een toevluchtsoord voor mens en dier.
Bouwgeschiedenis
In de dertiende eeuw is een kerk van grote baksteen gebouwd.
In de eerste helft van
de veertiende eeuw werd het koor door het tegenwoordige vervangen, terwijl tegen
de westmuur een toren werd opgetrokken.
Omstreeks 1500 begon men met het
vergroten van de kerk tot een driebeukige kruiskerk, onder leiding van bouwmeester
Willem van Bullestraten. Na een onderbreking van de werkzaamheden is wat later het
schip tegen het dwarspand aangebouwd, waarop de afwijkende vormen van
steunberen en profielen wijzen.
Ongeveer tegelijk met dit nieuwe schip, zal de toren
(van dezelfde baksteen) op de oude grondslagen zijn vernieuwd en verhoogd.
Tenslotte is dan de traptoren in de hoek tussen de zuidelijke torenmuur en het schip
gebouwd. Het gehele kerkgebouw zal zijn voltooid omstreeks 1547, het jaar waarin de
klok in de toren werd gehangen.
Ontstaan ruïne
Na het overgaan in Hervormde handen aan het eind van de zestiende eeuw, zou in
het rampjaar 1672 de kerk door Franse troepen onder George Duras, Graaf de
Lorge "zonder noodzaak en moedwillig" zijn verwoest. Een andere mening is dat
na de overgang in Hervormde handen de kleine gemeente in het onderhoud niet kon
voorzien en daarom uiteindelijk alleen het koor opknapte en afsloot van het schip,
door de triomfboog dicht te metselen om het in te richten voor de eredienst, waardoor
het schip door de tand des tijds tot de huidige ruïne is vervallen.
Tweede wereldoorlog en restauratie
Aan het einde van de tweede wereldoorlog heeft deze streek veel schade opgelopen
als gevolg van het oorlogsgeweld. De meeste dorpen langs de maas werden door
Engels trommelvuur grotendeels verwoest.
Ook de Ruïne kerk werd opnieuw getroffen, waardoor nu
ook het koor en de toren in een ruïne veranderde. De
Kerkelijke Gemeente van Ammerzoden werd geadopteerd
door de Hervormde gemeente van Soest en door
gezamenlijke acties werden voldoende middelen
bijeengebracht om het koor te restaureren. De muren van
het koor werden weer in Gotische stijl opgetrokken. De
slanke spitsboogvensters die na 1672 grotendeels waren
dichtgemetseld kregen hun oorspronkelijke vorm terug en de stenen Gotische
gewelven werden in de oude staat teruggebracht. Ook de toren werd hersteld. In
1950 kon de kerk weer in gebruik worden genomen met een Eredienst, die geleid
werd door de pastor loci, Ds. F. de Graaff.
Restauratie in 1992
Tegen het eind van de jaren tachtig werd het duidelijk dat opnieuw een grondige restauratie nodig was om het gebouw te conserveren.

Als gevolg van in watering waren de steunberen ernstig
beschadigd en ook het op de binnenmuren verkeerde
door vochtinwerking in een slechte staat.
In juni 1992
werd
met de werkzaamheden begonnen. Hierbij werden
tevens
twee boogvensters van de ruïnemuren hersteld,
omdat
deze dreigden in te storten. Achter de pleisterlaag
van de
plint bleek een laag natuursteen en een speklaag
te zitten,
wat er op wees dat dit pleisterwerk niet origineel
was. Besloten werd om de pleisterlaag te verwijderen en
de muur terug te hakken, daar deze zeer slecht was.
Daarna werd de plint met de
oude stenen in zijn
oorspronkelijke vorm teruggebracht. Eind 1992 was het
binnengedeelte zover klaar zodat de kerk weer kon
worden gebruikt. Op 9 december 1992 vond de
ingebruikname-dienst plaats, waar wederom Ds. F. de
Graaff, nu als oud-predikant van de gemeente voorging.
